
Wat is mondmotoriek?
Mondmotoriek is een groot begrip, het heeft effect op de verstaanbaarheid en het veilig eten en wegslikken. Als de mondmotoriek voldoende is, betekent het dat alle spieren sterk genoeg zijn en op de juiste manier samenwerken. Dit heeft positieve impact op de articulatie (duidelijk spreken), het kauwen en slikken, de overgang naar vast voedsel en bij de ademhaling via de neus. Bij een te slappe mondmotoriek werken de spieren zoals lippen, tong, kaken en wangen niet goed samen of met te weinig kracht.
Wat zie je bij slappe mondmotoriek?
Signalen die kunnen wijzen op problemen met de mondmotoriek:
- Veel kwijlen na 2,5-3 jaar, denk aan een natte vlek op het shirt
- Open mondgedrag, tong hangt uit de mond, lippen zijn ook in rust los van elkaar
- Moeite met kauwen of slikken, snel verslikken en langzaam eten
- Onduidelijke uitspraak/onvoldoende articulatie
- Tong is zichtbaar voor in de mond of tussen de tanden tijdens het spreken, wat kan leiden tot slissen
Kwijlen
Zie je wel eens van die hele jonge kinderen met de hele dag een slabbetje om? Vaak doen ouders dit bij kinderen die veel kwijlen, zodat ze niet elke keer een nieuw shirt aan hoeven te trekken. In de klas zie ik weleens kinderen met een natte vlek bij hun hals, of aan het uiteinde van de mouwen, dit zijn signalen dat een kind veel speekselverlies heeft.
Per minuut slikken we gemiddeld drie keer, dit gaat onopgemerkt. Speekselverlies bij jonge kinderen is heel normaal, in de eerste twee jaar leren ze speeksel in verschillende situaties weg te slikken. Vanaf het tweede jaar wordt het slikken geautomatiseerd en is het kind zich bewust wanneer hij een natte kin heeft. Dit hangt ook van de ontwikkeling af en zal bij het ene kind eerder zijn dan bij het andere kind. Veel speekselverlies kan verschillende oorzaken hebben zoals: chronisch verkouden en/of open mondgedrag, onvoldoende of te slappe mondmotoriek of het kind heeft het slikken nog niet geautomatiseerd, er is dan sprake van een vertraagde ontwikkeling.
Deze problemen kunnen ontstaan vanwege een motorische achterstand, houding: veel voorovergebogen zitten of een sensorische achterstand: ze voelen het speeksel niet lopen.
Zie je dat een kind veel kwijlt, dan kun je het beste, de mond schoon deppen met stevige druk. Begin op de wang en eindig op het midden van de mond. Door de stevige druk neemt de spierspanning in de mond toe en daardoor ook de lipsluiting. Het kind zal als reactie slikken en dat heeft een gunstig effect op de speekselcontrole.
Mondademen
Op het moment dat je met z’n allen in de kring zit en jij wat vertelt of wanneer je aan het voorlezen bent, kijk dan eens rond, wat zie je? Kinderen met lippen op elkaar of zijn er kinderen die misschien met open mond zitten te luisteren? Ze lijken erg geconcentreerd en ‘vergeten’ hun mond dicht te doen. Dit is een signaal dat hun lipspieren niet sterk genoeg zijn waardoor de lippen niet op elkaar blijven zitten.
Er zijn ook kinderen die een duim in de mond hebben, maar dan hebben ze hun mond toch dicht? Kinderen die duimzuigen lijken door hun neus te ademen, maar op het moment dat ze hun duim uit de mond halen, blijft hun mond vaak open en ademen ze verder door hun mond. Ook ’s nachts als de duim uit de mond valt blijft de mond open staan. Bij mondademen zien we vaak dat de tong laag in de mond ligt, op de mondbodem in plaats van licht aangezogen in het gehemelte.
Waarom willen we dat kinderen en volwassenen door hun neus ademen en liever niet door hun mond? Door de neus ademen heeft als functie het verwarmen, reinigen en bevochtigen van de ingeademde lucht. Bij mondademen vallen deze gunstige factoren weg. Hierdoor is het gevaar op infecties, denk aan luchtweginfecties, oorontstekingen en bijholteontstekingen groter. Hierdoor ben je vaker verkouden. Bij een verkoudheid is je neus vaak verstopt waardoor je ook weer gaat ademen via je mond. Zo blijft er een vicieuze cirkel ontstaan.
Bij mondademen krijgen kinderen sneller last van hun oren omdat de kans op een oorontsteking groter is. Hierdoor kunnen ook gehoorproblemen ontstaan. Als een kind door zijn mond ademt, drogen de mondslijmvliezen sneller uit, de sensorische gevoeligheid vermindert en daardoor slik je minder. Slikken heeft nog een andere belangrijke rol: bij het slikken trekken je spieren in je gehemelte en keel samen, hierdoor opent de buis van Eustachius (zit in je oor). Het is belangrijk dat dit gebeurt omdat het openen van die buis voor drukregeling zorgt en vocht afvoert. Als dit niet gebeurt is de kans groter dat er vocht in je oor blijft zitten, waardoor de kans op oorontstekingen toeneemt. Het kan zijn dat je dan tijdelijk minder hoort.
Hoe ouder een kind is, hoe bewuster het zich is van wat zijn lippen doen. Bij kleuters kun je goed op die bewustheid inspelen. Je kunt het tegen het kind zeggen: ‘lippen op elkaar doen’ of ‘duim uit de mond.’ Maar dit wil je niet de hele dag doen. Tip: hang zichtbaar in de klas een afbeelding op van lippen dicht. Zodra het kind de afbeelding ziet, wordt hij eraan herinnerd en zal hij zelf de lippen sluiten. Ook kun je ernaar wijzen om de bewustheid te vergroten.
Zuiggewoontes
Hieronder valt bijvoorbeeld het duimzuigen en speen zuigen. Helaas komt het nog weleens voor dat we kleuters op school binnenkrijgen met een speen, vaker zien we het duimzuigen. Speen zuigen kan voor sommige baby’s troost bieden of helpen bij de zuigreflex. Zodra de zuigreflex is uitgedoofd, kun je stoppen met een speen geven. Na ongeveer vier tot zes maanden vermindert de zuigreflex, het is verstandig om na zes maanden het gebruik van de speen af te bouwen. Te lang een speen gebruiken kan leiden tot een lage tongligging net zoals bij het duimzuigen.
De zuiggewoontes kunnen zorgen voor een verminderde verstaanbaarheid, open mondgedrag en afwijkend slikken. Het leidt namelijk tot een verstoorde balans tussen de spieren die je gebruikt bij het slikken. Ook is er een kans op gebitsafwijkingen: ontstaan door abnormale druk veroorzakende gewoontes, de tongpunt ligt tegen de tanden of drukt tussen de tanden. Hierdoor ontstaat een afwijkende stand van tanden en/of kaken.
Spraakproblemen
Bij slappe mondmotoriek zien we vaak een slappe uitspraak: dit betekent dat klanken niet duidelijk of correct worden gearticuleerd. Voor het uitspreken van alle klanken moet je bepaalde mond motorische bewegingen kunnen maken. Elke klank heeft een eigen soort uitspraak en een bepaalde manier hoe je spieren samenwerken. In deze download vind je een overzicht van signalen van een slappe mondmotoriek.
Hieronder benoem ik op welke plek in je mond de klanken worden geproduceerd. Als een kind moeite heeft met bepaalde klanken kan het daarnaar teruggeleid worden.
- Moeite met alveolaire klanken, de klanken die met de tongpunt worden gemaakt, direct achter de tanden. De t, d, n, l, r, s, z klanken worden dan niet op alveolaire plek uitgesproken, achter boven tanden maar bijvoorbeeld tegen de tanden aan of zelfs tussen de tanden. De tong heffen lukt nog niet.
- Afsluiten lippen en voorste deel tong bij uitspraak van m.
- Snel kunnen sluiten en loslaten van lippen en voorste deel tong bij, p, b, t, d.
- Moeite met klakken: moeite met k.
- Moeite met naar binnen trekken van de wangen – moeite met klanken waarbij je luchtstroom naar voren richt: f, v, s, z
- Moeite met tongbeweging vlot aanpassen bij uitspraak, klinkers in een woord die wisselen van positie in de mond.

OMFT – oro myo functionele therapie
Op het moment dat een kind een onjuist slikpatroon laat zien als gevolg van afwijkende mondgewoonten kun je naar logopedie gaan voor de therapie OMFT. OMFT is een logopedische therapie waarbij stapsgewijs een correcte tongligging in rust en een correct slikpatroon wordt aangeleerd. Bij een correcte en ontspannen slikbeweging zijn alle spieren in het mondgebied in evenwicht, als dit afwijkend is door eventuele voorwaartse tongpers zal er extra kracht op het voorste deel van het gebit zijn. Hierdoor kan een afwijking in het begin ontstaan. Normaal oefent de tong kracht uit op de bovenkaak waardoor die ook groeit in de breedte, nu wordt er juist druk op de voortanden uitgeoefend. Als de OMFT-behandeling is afgerond en de correcte slik is aangeleerd zorgt dit voor een hogere tongligging, wat de verstaanbaarheid verbetert. Het mondademen zal veel minder vaak voorkomen, wat de kans op infecties in KNO-gebied verlaagd. Ook leidt het tot een goede kaakontwikkeling en dat de tanden correct groeien (denk aan voorkomen van een overbeet bijvoorbeeld), dit kan ervoor zorgen dat orthodontie in mindere mate of helemaal niet meer nodig is.
Kleine signalen in de mondmotoriek hebben vaak grote invloed op bijvoorbeeld het spreken. De verandering kan bij ons leerkrachten al beginnen. Door alert te zijn op een open mond, aanhoudende zuiggewoonten, veel kwijlen of slechte articulatie, speel je een belangrijke rol in het vroeg signaleren. Samen met ouders en eventuele specialisten kunnen we kinderen tijdig ondersteunen, zodat zij zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen.
Hopelijk ben je door deze blog geïnspireerd geraakt en ben je meer bewust van afwijkende mondgewoonten en wat je daarmee kunt doen. Ben je nieuwsgierig naar hoe Tara dit aanpakt? Op haar Instagramaccount @juf_tara deelt ze een kijkje in haar klas.
Literatuur
- Leeuwenburg-Grijseels, E. H., & Van der Weerd, C. (2008). Hoera, ik eet!. C&E Partners.
- Van den Engel-Hoek, L., Van Gerven, M., & Van Haaften, L. (2011). Eet- en drinkproblemen bij jonge kinderen: Een leidraad voor logopedisten en andere hulpverleners in de gezondheidszorg. Van Gorcum.
- Jansonius-Schultheiss, K., Van Coppenolle, L., & Beyaert, E. M. M. L. (2012). Afwijkende mondgewoonten: Inleiding, onderzoek en behandeling. Acco.

Wat zie je bij slappe mondmotoriek?